Onze Club

Elke vliegdag begint met een “briefing” in ons clubhuis. Tijdens weekend-dagen is de briefing om 9:00 uur, door-de-weeks om 16:00 uur.Op de briefing vertelt de instructeur die die dag de leiding heeft over het vliegbedrijf tijdens de briefing over de bijzonderheden van die dag, zoals:

  • Het weer.
  • De vliegtuigen die gebruikt gaan worden.
  • De taken die iedereen heeft tijdens het vliegbedrijf.

cumulus klein 

Slechts af en toe komt het voor dat het niet mogelijk is om (gelijk) te vliegen vanwege het weer; de wet stelt bepaalde minimale / maximale eisen aan bijvoorbeeld het zicht, de hoogte van de wolken en de sterkte van de wind. Tijdens de briefing geeft de instructeur aan of het mogelijk is om te vliegen, en of er nog bijzonderheden zijn v.w.b. het weer.Overigens kijken de meeste zweefvliegers ‘s ochtends zelf even naar teletekst pagina 707 (luchtvaart-meteo) om het weer “in te schatten”.

tt_707_meteo

Hoeveel en welke vliegtuigen we op een dag gebruiken is erg afhankelijk van de hoeveelheid mensen die aanwezig is en hun vliegervaring. In overleg wordt er dan besloten welke vliegtuigen we gaan gebruiken.

Daarnaast zet iedereen die wil vliegen voor de briefing zijn naam op een “ik-wil-vliegen” lijst die weer gebruikt zal worden door de startleider en dag instructeur om tot een start lijst te komen. Deze start lijst is bepalend voor de volgorde waarin iedereen op de vliegtuigen vliegt. Is de lijst helemaal van boven naar beneden afgewerkt, dan beginnen we weer boven aan de lijst met de “2e vliegronde”. Na een kopje koffie/thee en wat gebabbel (voor de briefing) gaan we dan met z’n allen naar de hangaars van het rollend en het vliegend materiaal toe om het materiaal “op te stellen”. De briefing duurt over het algemeen niet langer dan 15 minuten (inclusief de kop koffie…).

De ochtendwandeling

Na de briefing worden de vliegtuigen uit de hangaar gereden. Als ook de papieren en de accu aanwezig zijn in het vliegtuig, dan moet het vliegtuig nog van de hangaar naar de startplaats gebracht worden. Dit gebeurde vroeger met de hand. Tegenwoordig doen we het echter meestal met behulp van een auto en/of Terughaal voertuig en een sleepkabel omdat de afstand van onze huidige hangaar naar de startplaats wat groter is (afhankelijk van de startrichting 0,5 tot 1,5 kilometer). Het blijft echter een flinke ochtendwandeling; ook als je niet hoeft te duwen, want een remmer (persoon die voor de vleugels loopt) en tiploper blijft nodig.

Het uitruimen van het rollend materieel

busio lier

Terwijl de meeste mensen na de briefing gaan helpen met het uitruimen van de vliegtuigen, gaan een paar mensen het rollend materieel “opstellen”. Deze mensen zijn de lierist, de kabelrijder en de startleider.Na de briefing controleren zij eerst al het rollend materieel (de “dagelijkse inspectie”) om het vervolgens naar het “veld” te rijden.

JD_Extended

Aangekomen op de lierplaats zal de lier klaar gemaakt worden voor gebruik door de geleiding van de kabels omlaag te klappen en vervolgens de parachutes vast te maken. Na een laatste inspectie kunnen de lierkabels dan naar de startplaats gebracht worden met behulp van onze tractor.

Ook zal na de briefing de Startcombi gereed gemaakt worden. Nadat controle of het papierwerk, EHBO kit, brandblusser en windzak aanwezig zijn, zal de Startcombi richting de startplaats gereden worden en daar worden klaargezet voor gebruik.

Vliegen

Als al het materiaal dan op de startplaats is aangekomen dan kan het vliegen beginnen! De vliegtuigen krijgen hun dagelijkse inspectie van ervaren vliegers met een GPL (Glider Pilot License), en de start leider verdeelt de taken op het veld.

startcombi

De tijdschrijver zit boven in de koepel van onze startcombi (zie hiernaast). Deze tijdschrijver zorgt ervoor dat alle start- en landingstijden worden genoteerd. Daarnaast zorgt hij ook voor het starten van de vliegtuigen. Dit starten doen we met behulp van lichtsignalen naar de lierist.

De tiploper

aanhaker_tiplover

De tiploper zorgt voor het aanhaken van de lierkabel. Daarvoor zal de tiploper de kabel eerst voor het vliegtuig moeten leggen. Daarna zal hij een goed breukstuk aan de kabel moeten bevestigen. Dit breukstuk komt in een haak van het vliegtuig te zitten. De vlieger kan deze haak openen en sluiten.Als de kabel vast zit in de haak zal de tiploper de tip vasthouden. Als het veilig is om te starten zal de tiploper met hand signalen naar de tijdschrijver duidelijk maken wat er moet gebeuren. Hand omhoog is “kabel straktrekken”, hand omlaag is “kabel strak”. Zwaaien met je hand is direct stoppen.

Het geven van licht

Het licht wordt aan het begin van de dag gericht op de lier, de lierman geeft via de radio door of het licht goed gericht is of niet. Het licht heeft twee standen (behalve uit natuurlijk), namelijk knipperen en constant licht. Knipperen betekent “kabel straktrekken” en constant licht betekent “kabel strak” (uit is niets doen of direct stoppen met lieren).

De tijdschrijver bepaalt niet zelf of de kabel strak is of niet. De tiploper geeft aan wat voor een lichtsignaal de hij moet geven, de tiploper is dus “leading”. De tijdschrijver kan natuurlijk in gevaarlijke situaties ook besluiten om het licht uit te doen aangezien hij een aardig overzicht heeft zo hoog boven het veld over de startplaats. Zodra de tiploper zijn hand in de lucht steekt en “licht” roept betekent dat “knipperen”, straktrekken dus. Zodra hij zijn hand weer naar beneden doet, geeft hij aan dat de kabel strak is, “constant” licht dus. De lier reageert op deze lichtsignalen, hij kan immers niet zien wat er op de startplaats gebeurt. De tijdschrijver vormt dus de tussenschakel tussen de tiploper en de lier.

THV (Terughaalvoertuig)

Gator thv

Als de vliegtuigen geland zijn, zullen ze weer terug naar de startplaats moeten. Dit doen we bij de ACvZ door middel van de 2 Thv`s (terug haal voertuig), maar als een vliegtuig dichtbij geland is of als het al druk is op de landingsplaats en er vliegtuigen op circuit zitten wordt er ook gewoon met de hand geduwd!

golfkar thv

 

De kabelrijder

JD kabel trekker1

De kabelrijder zorgt ervoor dat de lierkabels van de lier naar de startplaats komen. Onze lier heeft 6 kabels, en dat is ook de hoeveelheid die de kabelrijder per keer met de tractor naar de startplaats kan brengen. Als de kabelrijder de kabels heeft afgeleverd rijdt hij weer terug naar de lier om daar de lierist te helpen.

De vlieger heeft natuurlijk het leukste baantje van het vliegbedrijf! Gelukkig komen we daar allemaal voor in aanmerking. Hoe vaak en hoe lang je kan vliegen dat hangt van allerlei zaken af zoals je eigen ervaring, maar natuurlijk ook het weer en hoeveel mensen er zijn. Gemiddeld kan je wel stellen dat je als leerling zo’n 3 starts op een dag maakt. Vaak maken de solisten wel 4 of 5 starts op een dag.

lierstart

 

Na het vliegen

Als het vliegen is afgelopen en alles weer opgeruimd en ingeruimd is gaat iedereen (meestal toch wel een man of 30) altijd nog even wat drinken in het clubhuis. Wel zo gezellig!

Een mooie vliegdag staat ook garant voor een gezellige avond in het clubhuis. Alle vliegers die “prestaties” geleverd hebben (brevetten gehaald, grote afstanden gevlogen, solo zijn gekomen) geven vaak een rondje. Daar komen nog eens de rondjes bij van de mensen die gewoon een rondje willen geven.

Naast het drinken dat in het clubhuis beschikbaar is, heeft ons clubhuis ook een professionele keuken met frituur waar je allerlei gerechten klaar kan maken. Dus avondeten? Geen probleem! We kennen verder geen “bardiensten” o.i.d. Als er niemand achter de bar staat / in de keuken staat is er geen drank / eten, dus dat komt altijd wel in orde!

Al met al is ons clubhuis een heel gezellige plek waar bovendien nog veel leerzame / stoere verhalen verteld worden. De “Amsterdamsche” staat bekend om zijn gezelligheid!!

Waar het natuurlijk bij een zweefvliegclub allemaal om draait zijn de zweefvliegtuigen. Op dit gebied heeft de ACvZ de afgelopen jaren zeker niet stil gezeten. De ACvZ heeft 11 zweefvliegtuigen, een supermoderne simulator en een sleepvliegtuig. Vrijwel alle vliegtuigen zijn gemaakt van glas- of koolstof versterkte kunststof. De ACvZ bezit een van de grootste en modernste clubvloten van Nederland.

Alle vliegtuigen te herkennen aan de registratie die op de staart van het vliegtuig staat. Deze registratie noemen we het “callsign”. De “M” in het callsign staat voor “Mokum” (we blijven tenslotte de Amsterdamsche Club voor Zweefvliegen). Na de “M” volgt een cijfer van 1 t/m 11.

Ongeveer 90% tot 95% van de starts die gemaakt worden bij de ACvZ zijn lierstarts. Bij deze starts zijn we afhankelijk van ons “rollend” materieel. Gelukkig kan het rollend materieel genieten van enkele enthousiaste mensen die ervoor zorgen dat het materiaal steeds in perfecte staat verkeert. Een samenvatting van het rollend materieel:

De “Startcombi” is eigenlijk onze mobiele verkeerstoren. Boven in de koepel is plaats voor de tijdschrijver, de persoon die alle start- en landingstijden bijhoudt voor de administratie van de vliegtuigen. Ook de radio’s voor communicatie met de lier en de vliegtuigen staan in de Startcombi. De vliegtuigen die vliegen vanaf Soesterberg staan dus voortdurend in contact met de mensen op de startplaats.

Het grootste deel van onze lierstarts wordt gemaakt met de "Busio" lier. Deze lier heeft zes kabels van 1300 meter lang, die met een trekker worden uitgereden naar de startplaats. Per start wordt er steeds een kabel verbruikt, waarmee het zweefvliegtuig als een soort van grote vlieger de lucht in wordt getrokken tot een hoogte van ongeveer 500 meter. In een "set" kunnen we dus zes zweefvliegtuigen na elkaar laten starten, daarna begint alles weer van voren af aan met het uitrijden van de volgende set.

Naast de Busio lier hebben we de "Mel". Deze lier is vergelijkbaar met de Busio en heeft eveneens zes lierkabels van ca. 1300 meter. De Mel is onze backup lier, die we bijvoorbeeld kunnen inzetten als de Busio lier onderhoud nodig heeft. De Mel is enkele jaren geleden tweedehands aangekocht en in de afgelopen periode volledig gereviseerd door onze eigen leden. In tegenstelling tot de Busio lier is de Mel gebouwd op een grote aanhanger.

 

De trekker waarmee de kabels van de lier naar de startplaats worden uitgereden is een grote John Deere trekker. Met deze trekker kunnen we in een keer een hele set kabels uitrijden of de MEL lier over het veld verplaatsen. Naast de John Deere hebben we nog onze 'Renault', die we gebruiken reserve trekker.

Na de landing moeten de vliegtuigen teruggebracht worden naar de startplaats. Dit doen we met de hand (duwen met 6 mensen) of met onze Gator, ook wel TerugHaalVoertuig of THV genoemd. De Gator maakt het ons allemaal net even makkelijker om de vliegtuigen weer in de startrij te krijgen, klaar voor de volgende vlucht...

Zweefvliegen is een zomersport, in de winter doen we dan ook al het onderhoud aan onze vliegtuigen, rollend materiaal en gebouwen. Dit noemen we “winteronderhoud”. Het winteronderhoud vindt ongeveer plaats van november tot en met februari en wordt uitgevoerd door de vliegende leden. Enkele uitzonderingen daarop zijn leden die op een andere manier een bijdrage leveren aan het reilen en zeilen van de club, denk aan instructeurs en bestuursleden.winteronderhoud2

In principe is het winteronderhoud in de weekenden en op woensdagavond; met de nadruk op de zondag van 10:00u tot 17:00u. Het onderhoud vindt officieel plaats onder toezicht van een van de technici die de club rijk is, en je hoeft er geen technische opleiding voor gehad te hebben om al een hoop verschillende dingen te kunnen doen.

 

winteronderhoud4

Iedereen wordt verdeeld in projectgroepjes, en elk projectgroepje heeft een ervaren lid als projectleider. Om je een idee van zo’n projectgroepje te geven; bijvoorbeeld elk vliegtuig heeft een eigen projectgroep met ongeveer 3-5 mensen. Bij de projectleider kan je terecht met al je vragen, en hij zorgt ook voor de planning van, en taken binnen, je project. Voor het winteronderhoud begint kan je jouw voorkeur voor een bepaald project trouwens ook nog opgeven via een lijst op de interne leden website.

winteronderhoud3

Hoeveel winteronderhoud je moet doen is afhankelijk van hoeveel je gevlogen hebt; heb je weinig gevlogen dan hoef je minder winteronderhoud te doen dan iemand die meer heeft gevlogen. Doordat het winteronderhoud binnen de club en door clubleden wordt gedaan hoeft dat niet uitbesteed te worden, wat weer resulteert in lagere jaarlijkse kosten. Dit vertaalt zich weer in de contributie. Winteronderhoud is altijd heel gezellig en op zondag zijn er altijd pannenkoeken en soepen om de klussende clubleden weer van energie te voorzien!